Samenvatting onderzoek
- Samen met de Gemeente Rotterdam onderzochten wij de groeiende problematiek rondom jongerenbankslapers in Rotterdam.
- Het onderzoek richtte zich op jongeren die tijdelijk verblijven bij vrienden, familie of kennissen omdat zij geen vaste woonplek hebben.
- Door interviews, praktijkonderzoek en systeemanalyses brachten wij in kaart hoe woningkrapte, bureaucratie en versnipperde hulpverlening elkaar versterken.
- Tijdens het onderzoek werd zichtbaar dat veel bankslapers buiten officiële registraties vallen en daardoor moeilijk in beeld komen bij instanties.
- Daarnaast ontdekten wij dat jongeren regelmatig vastlopen tussen verschillende hulporganisaties, wachttijden en onduidelijke verantwoordelijkheden.
- Op basis van de inzichten ontwikkelden wij aanbevelingen rondom preventie, hulpverlening, woonoplossingen en samenwerking.
Over deze kwetsbare groep bankslapers
Wanneer over de woningcrisis wordt gesproken, gaat het vaak over tekorten, wachttijden en stijgende huren. Achter die cijfers bevindt zich echter ook een groep die nauwelijks zichtbaar is in het publieke debat: jongeren zonder vaste woonplek die tijdelijk verblijven op banken, logeerkamers of andere tijdelijke adressen. Niet dakloos in de traditionele betekenis van het woord, maar ook niet meer stabiel gehuisvest.
Juist die onzichtbaarheid vormde het vertrekpunt van het onderzoek dat wij samen met de Gemeente Rotterdam uitvoerden. Tijdens het onderzoek werd duidelijk dat bankslapen zich vaak afspeelt in een grijs gebied tussen zelfstandigheid en ontregeling. Veel jongeren proberen ondertussen hun studie, werk en sociale leven voort te zetten, terwijl de onzekerheid onder de oppervlakte langzaam toeneemt.
Wat begon als een onderzoek naar verborgen dakloosheid, groeide uit tot een bredere analyse van hoe woningmarkt, hulpverlening en institutionele systemen elkaar beïnvloeden.
Het onderzoeksteam bestond uit Daan van der Sar (bedrijfskunde – Erasmus Universiteit), Frederique Dupont (strategisch consultancy & innovatie – Erasmus Universiteit), Lasse Hope (Mechanical Engineering – TU Delft) en Arman Cinar (psychologie & neurowetenschappen – Erasmus Universiteit).
Team Creativity Pools
Onderzoeksvraag & context
Binnen het onderzoek stond de vraag centraal hoe jongerenbankslapers in Rotterdam terechtkomen in langdurige instabiliteit en waarom bestaande systemen moeite hebben om deze groep vroegtijdig te ondersteunen. Daarbij onderzochten wij niet alleen de directe oorzaken van bankslapen, maar vooral ook de patronen die zichtbaar worden wanneer wonen, zorg, onderwijs en bestaanszekerheid steeds sterker met elkaar verweven raken.
De focus lag op jongeren tussen de 18 en 27 jaar. Juist deze groep blijkt kwetsbaar wanneer stabiliteit plotseling wegvalt. Een ruzie thuis, financiële problemen of het wegvallen van woonruimte kan voldoende zijn om in een situatie terecht te komen die veel langer duurt dan oorspronkelijk gedacht.
Tijdens gesprekken met hulpverleners, scholen, woningcorporaties en maatschappelijke organisaties ontstond een opvallend beeld: veel jongeren zijn officieel nergens geregistreerd als dakloos, terwijl hun woonsituatie uiterst onzeker is. Daardoor blijven zij vaak buiten beeld van bestaande systemen.
Methode & Aanpak
Om de problematiek vanuit meerdere perspectieven te begrijpen, combineerden wij verschillende onderzoeksmethoden. Naast deskresearch naar woningmarktontwikkelingen en bestaand beleid voerden wij gesprekken met organisaties die dagelijks met de problematiek te maken hebben.
Het onderzoeksteam bestond uit Daan, Frederique, Lasse en Arman. Door deze interdisciplinaire samenstelling konden maatschappelijke, technische, psychologische en organisatorische perspectieven met elkaar worden verbonden.
Onder meer woningcorporatie Woonstad, hulpverleningsinstanties zoals Youz en Rotterdamse Douwers, onderwijsinstellingen zoals Zadkine en verschillende maatschappelijke organisaties deelden hun ervaringen en observaties. Daarnaast spraken wij ook met jongeren die zelf ervaring hadden met bankslapen.
Een belangrijk onderdeel van het onderzoek was het analyseren van de route die jongeren afleggen wanneer zij hulp proberen te zoeken. Daarbij werd zichtbaar waar processen vertragen, waar jongeren afhaken en waar verantwoordelijkheden onduidelijk worden. Juist het verschil tussen beleid op papier en de praktijk vormde een terugkerend thema binnen het onderzoek.
Belangrijkste inzichten
Veel bankslapers blijven onzichtbaar binnen bestaande systemen
Een van de belangrijkste inzichten uit het onderzoek was dat bankslapers zich grotendeels buiten officiële registraties bewegen. Jongeren verblijven tijdelijk bij vrienden, familie of kennissen en worden daardoor vaak niet meegenomen binnen traditionele definities van dakloosheid.
Omdat veel jongeren ondertussen blijven studeren, werken of sociaal actief blijven, ontstaat aan de buitenkant het beeld dat zij zich nog redelijk redden. Ondertussen ontbreekt juist de stabiliteit die nodig is om die zelfredzaamheid vol te houden. Daarnaast merkten wij dat schaamte een belangrijke rol speelt, waardoor jongeren vaak pas laat hulp zoeken.
Jongeren lopen vast in een ingewikkeld hulpverleningssysteem
Een ander belangrijk inzicht was hoe complex en versnipperd het huidige hulpverleningssysteem wordt ervaren. Jongeren moeten vaak langs meerdere instanties voordat zij daadwerkelijk passende ondersteuning ontvangen.
Wij onderzochten daarom het volledige proces van aanmelding, doorverwijzing en begeleiding. Daarbij werd zichtbaar hoe wachttijden, bureaucratische procedures en afhankelijkheden tussen instanties voor vertraging zorgen op momenten waarop snelheid juist cruciaal is.
Tegelijkertijd ontdekten wij dat praktische oplossingen vaak ontstaan via informele samenwerking tussen professionals die elkaar persoonlijk kennen. Daardoor blijkt menselijk contact regelmatig sneller te werken dan formele structuren.
De woningmarkt versterkt instabiliteit
Het onderzoek liet ook zien hoe sterk de woningmarkt verbonden is met de groei van bankslapen. Lange wachttijden voor sociale huurwoningen, stijgende huren en een gebrek aan tijdelijke woonoplossingen maken het voor jongeren steeds moeilijker om opnieuw stabiliteit op te bouwen.
Daarnaast bleek dat bankslapers vaak tussen bestaande urgentiecategorieën vallen. Zij zijn niet zichtbaar genoeg voor versnelde huisvesting, maar tegelijkertijd te kwetsbaar om langdurig zonder stabiele woonplek te functioneren.
Instabiele huisvesting werkt daardoor niet alleen door in wonen zelf, maar ook in mentale gezondheid, studieprestaties, sociale relaties en bestaanszekerheid.
Samenwerking blijkt noodzakelijk, maar ook kwetsbaar
Tijdens het onderzoek werd duidelijk hoe afhankelijk de aanpak van bankslapen is van samenwerking tussen gemeenten, woningcorporaties, hulpverleners en maatschappelijke organisaties. Tegelijkertijd bleek juist die samenwerking regelmatig ingewikkeld.
Verschillende organisaties werken vanuit andere verantwoordelijkheden, budgetten en beleidsdoelen. Daardoor ontstaan vertragingen en onduidelijkheden, terwijl de praktijk juist vraagt om snelheid en afstemming.
Het onderzoek bracht daarmee een bredere spanning aan het licht tussen institutionele structuren en menselijke praktijk — een spanning die zichtbaar wordt zodra complexe maatschappelijke vraagstukken meerdere domeinen tegelijk raken.
Soms worden de grootste maatschappelijke veranderingen zichtbaar in de groepen die nog nét buiten de officiële definities vallen.
Wil je meer informatie, meer inzage in het volledige rapport of onderzoeken of dit ook relevant is voor jouw organisatie? Neem dan contact met ons op.

