Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
De maakindustrie van 2050 begint vandaag

Hoe we samen met het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat onderzochten hoe de Nederlandse maakindustrie richting een circulaire toekomst kan bewegen en hoe keuzes van vandaag samenhangen met ontwikkelingen op de lange termijn.

De uitdaging

2050 lijkt ver weg, maar voor de maakindustrie worden veel keuzes met een veel langere horizon gemaakt. Productie-installaties, infrastructuur, grondstoffenketens, productontwerpen en organisatiemodellen veranderen niet in enkele jaren. Beslissingen van vandaag kunnen daardoor tientallen jaren doorwerken.

Het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat wilde daarom niet alleen een beeld krijgen van hoe een circulaire maakindustrie er in 2050 uit zou kunnen zien. De uitdaging was vooral om zichtbaar te maken welke ontwikkelingen, interventies en initiatieven nodig zijn om daar te komen.

Samen onderzochten we hoe verschillende tijdshorizonnen met elkaar kunnen worden verbonden. Wat betekenen langetermijntrends voor de inrichting van toekomstige productieketens? Welke transities moeten daarvoor plaatsvinden? Welke interventies kunnen overheid en bedrijfsleven inzetten? En welke concrete initiatieven kunnen vandaag al bijdragen aan die beweging?

De centrale vraag werd daarmee: hoe maak je een complexe systeemtransitie richting 2050 inzichtelijk zonder de toekomst terug te brengen tot één lineair scenario?

Onze aanpak

We ontwikkelden een gelaagd toekomstmodel waarin ontwikkelingen op verschillende tijdschalen met elkaar werden verbonden.

Daarbij werkten we met vijf beslissingshorizonnen: 0–2 jaar, 0–5 jaar, 0–10 jaar, 0–20 jaar en 0–50 jaar. Iedere horizon kreeg een eigen functie binnen het model.

Op de langste termijn brachten we zes clusters van maatschappelijke, technologische, economische en ecologische trends in kaart. Deze vormden het trendlandschap. Vervolgens onderzochten we in het transitielandschap welke structurele veranderingen in de maakindustrie daaruit kunnen voortkomen.

Daaronder lag het interventielandschap: welke veranderingen in organisaties, beleid, samenwerking en prikkels zijn nodig om deze transities mogelijk te maken? Vervolgens brachten we bestaande en mogelijke initiatieven in beeld en vertaalden we deze uiteindelijk naar het operationele niveau.

Zo ontstond een keten van:

langetermijntrend → systeemtransitie → interventie → initiatief → concrete actie.

Daarnaast onderzochten we of Agent Based Modeling kan worden ingezet om deze verschillende lagen dynamisch met elkaar te verbinden. Daarbij keken we naar beschikbare databronnen, waaronder de TNO Fingerprint-database, en naar de vraag welke aanvullende gegevens nodig zijn om interacties tussen bedrijven, consumenten, overheid en technologie te kunnen simuleren.

Domein

Industrie & Techniek

Kerncijfers

  • 1 centrale toekomstvraag rond de Nederlandse maakindustrie richting 2050
  • 5 beslissingshorizonnen: 0–2, 0–5, 0–10, 0–20 en 0–50 jaar
  • 6 clusters van langetermijntrends als basis voor het toekomstbeeld
  • 5 met elkaar verbonden analyselagen: trends, transities, interventies, initiatieven en operatie
  • Agent Based Modeling onderzocht als instrument voor het modelleren van systeemverandering
  • TNO Fingerprint-data onderzocht als mogelijke databasis voor verdere modellering

Het onderzoeksteam

Het onderzoek werd uitgevoerd door:

  • Ichelle Hutink – Bestuurskunde
  • Friso Engel – Technische Geneeskunde
  • Anouk van der Kolk – Organisational Change & Consulting
  • Nick Kluyskens – Culturele Antropologie
  • Luuk Posthuma – Aerospace Engineering

Het team bracht daarmee bestuurlijke, technische, organisatorische, culturele en ingenieursperspectieven samen.

Vanuit Mandeville Academy waren Wilco van de Werken, Aydin Çetin en Jorijn van der Graaf betrokken. Vanuit het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat was Mattheüs van de Pol opdrachtgever.

Juist de multidisciplinaire samenstelling was relevant voor deze opdracht. De transitie naar een circulaire maakindustrie is immers tegelijkertijd een technologisch, economisch, organisatorisch en maatschappelijk vraagstuk.

Belangrijkste inzichten

Uit het onderzoek kwamen drie centrale inzichten naar voren.a

  • Circulariteit is een systeemverandering en geen optimalisatie van afvalstromen. In het toekomstbeeld verschuift de maakindustrie van een lineair model van produceren, gebruiken en afdanken naar systemen waarin producten, onderdelen en grondstoffen zo lang mogelijk waarde behouden. Dat vraagt om veranderingen in productontwerp, materiaalgebruik, energievoorziening, logistiek, eigendomsmodellen en productieprocessen. Technologieën zoals hernieuwbare energie, nieuwe materialen, modulaire productie, lokale productie en microfabrieken kunnen daarin een rol spelen, maar alleen wanneer ook het omringende systeem verandert.
  • De grootste barrières zijn niet uitsluitend technisch. Het interventielandschap liet zien dat organisatiecultuur, besluitvorming, risicoperceptie en samenwerking belangrijke voorwaarden zijn voor transitie. Bestaande maakbedrijven zijn vaak ingericht op standaardisatie, betrouwbaarheid en beheersing. Die eigenschappen zijn waardevol voor efficiënte productie, maar kunnen botsen met de experimenten en onzekerheid die nodig zijn voor fundamentele innovatie. De transitie vraagt daarom ook om andere vormen van samenwerking, besluitvorming en eigenaarschap.
  • Verschillende tijdshorizonnen moeten expliciet met elkaar worden verbonden. Een langetermijntrend heeft weinig praktische waarde wanneer niet zichtbaar wordt welke consequenties zij heeft voor keuzes op kortere termijn. Andersom kan een kortetermijninterventie moeilijk worden beoordeeld zonder een beeld van de richting waarin het systeem zich moet ontwikkelen. Door de vijf horizonnen naast elkaar te leggen ontstaat een manier om terug te redeneren vanuit 2050 naar concrete beslissingen in het heden.

Agent Based Modelling
Een afzonderlijk onderdeel van het onderzoek richtte zich op de vraag of een Agent Based Model kan helpen om de verschillende lagen van de transitie met elkaar te verbinden. Bij Agent Based Modeling worden individuele actoren – bijvoorbeeld bedrijven, consumenten, overheden of ketenpartners – als afzonderlijke agents gemodelleerd. Iedere agent kan eigen eigenschappen, gedragsregels en beslissingen hebben. Door vervolgens interacties tussen deze agents te simuleren, kan worden onderzocht hoe veranderingen zich door een systeem verspreiden. Dat maakt deze methode potentieel interessant voor een circulaire maakindustrie. Een beleidsprikkel kan bijvoorbeeld invloed hebben op het gedrag van producenten, wat vervolgens gevolgen heeft voor materiaalgebruik, investeringen, leveranciers en consumenten. Het onderzoek liet tegelijkertijd zien dat hiervoor voldoende betrouwbare en gedetailleerde data nodig zijn. Bestaande databronnen bieden een vertrekpunt, maar bevatten niet alle benodigde informatie over bijvoorbeeld consumptiestromen, grondstoffen, tussenproducten en onderlinge afhankelijkheden. Daarom gold een belangrijke waarschuwing: garbage in, garbage out. Een geavanceerd model levert alleen zinvolle inzichten wanneer zowel data als aannames voldoende sterk zijn.

De rol van de overheid
De toekomstverkenning liet ook zien dat een circulaire maakindustrie mogelijk een andere rol van de overheid vraagt. Wanneer productieketens, grondstoffenstromen en businessmodellen steeds sterker met elkaar verweven raken, is alleen reguleren vanaf afstand niet altijd voldoende. In het onderzoek werd daarom ook gekeken naar een rol voor de overheid als verbinder, integrator en ketenregisseur. Daarbij ontstonden vervolgvragen rond nieuwe vormen van publiek-private samenwerking, co-creatie, financiële prikkels en de manier waarop overheid en markt gezamenlijk randvoorwaarden kunnen creëren voor circulaire innovatie. Het gaat daarmee niet alleen om de vraag welke regels nodig zijn, maar ook hoe partijen in een complex systeem kunnen worden geholpen om tegelijkertijd dezelfde richting op te bewegen.

Impact en resultaten

Het onderzoek leverde geen statisch toekomstscenario voor 2050 op, maar een raamwerk om verschillende niveaus van verandering met elkaar te verbinden.

Door trends, transities, interventies, initiatieven en operationele keuzes naast elkaar te zetten, werd zichtbaar hoe langetermijnontwikkelingen kunnen worden terugvertaald naar beslissingen die veel eerder genomen moeten worden.

Daarnaast werd Agent Based Modeling verkend als mogelijke vervolgstap om interacties tussen verschillende spelers binnen de maakindustrie systematischer te onderzoeken. Daarbij werd ook duidelijk welke aanvullende data nodig zijn voordat zo’n model voldoende betrouwbaar kan worden ingezet.

De waarde van het project lag daarmee juist in het structureren van onzekerheid. Niet voorspellen wat er in 2050 precies gebeurt, maar zichtbaar maken welke ontwikkelingen relevant zijn, hoe ze elkaar beïnvloeden en op welke momenten overheid en bedrijfsleven kunnen ingrijpen.

Benieuwd wat we voor jou kunnen betekenen?
Neem dan contact met ons op.

Heb je een vraagstuk waar je mee verder wilt? We denken graag met je mee en verkennen welke aanpak het beste past.

Bel of mail ons

Adres

Of stuur ons een bericht